Mijn weg terug naar mezelf
Als kind voelde ik me vaak anders dan de kinderen om mij heen.
Ik kon het toen niet goed uitleggen, maar ik leek de wereld anders te ervaren dan veel kinderen om mij heen.
Ik voelde veel. Ik merkte snel dingen op. Sfeer, spanning, blikken, stiltes. Ook het verschil tussen wat iemand zei en wat er eigenlijk voelbaar was. Alleen had ik daar toen nog geen woorden voor.
Ik wist al jong dat ik me hier later verder in wilde verdiepen. Niet omdat ik precies wist wat “dit” was, maar omdat ik voelde dat er onder de gewone buitenkant van het leven veel meer speelde.
In de puberteit ben ik dat steeds meer gaan wegdrukken. Op school, en eigenlijk in de maatschappij, draait het vooral om wat je kunt uitleggen. Wat je kunt bewijzen. Wat logisch klinkt.
En als je als kind of puber zegt: “Ik weet het niet, ik voel gewoon dat het zo is”, dan kun je daar niet zoveel mee.
Dus ging ik meer vanuit mijn hoofd leven. Aanpassen. Verklaren. Doorgaan. Functioneren.
Tot ik op een gegeven moment voelde: ik moet terug. Terug naar mezelf. Terug naar wat ik eigenlijk altijd al voelde, maar onderweg kwijt was geraakt.
Daarom ben ik de opleiding tot holistisch therapeut gaan doen. Niet alleen om anderen te begeleiden, maar ook omdat ik zelf weer dichter bij mijn gevoel wilde komen. Bij mijn intuïtie. Bij wat voor mij klopt.
En eerlijk is eerlijk: daar kwam ik er ook achter dat ik zelf veel meer uit balans was dan ik dacht.
Ik had mezelf op bepaalde stukken verlaten. Ik had patronen opgebouwd waarvan ik niet eens doorhad hoeveel invloed ze hadden op mijn keuzes. Ik voelde veel, maar was tegelijk niet altijd echt aanwezig bij mezelf. En ik droeg dingen die eigenlijk niet van mij waren.
Dat was confronterend. Maar ook nodig.
Want hoe eerlijker ik naar mezelf durfde te kijken, hoe meer ik voelde: dit gun ik anderen ook.
Niet een mooi spiritueel laagje over je leven heen. Niet doen alsof alles alleen maar licht en liefde is. Maar echt durven kijken naar wat er speelt. Naar je lichaam. Je emoties. Je patronen. Je overtuigingen. Je systeem. Je schaduwkanten. Je plek.
Juist daar zit vaak de ingang naar verandering.
Ik geloof niet dat je jezelf eerst moet verbeteren om goed genoeg te zijn. Ik geloof wel dat je eerlijk mag kijken naar waar je jezelf bent kwijtgeraakt. Naar wat je bent gaan dragen. Naar waar je ja zegt, terwijl alles in jou nee voelt. Naar waar je blijft aanpassen, pleasen, zorgen, doorgaan of controleren.
Want daar begint beweging.
Dat is ook hoe ik werk. Rustig, helder en zonder oordeel. Maar niet oppervlakkig.
Ik voel vaak snel waar iets wringt. Waar iets niet klopt. Of waar een diepere laag geraakt wordt. Niet om het groter of zwaarder te maken dan het is, maar om zichtbaar te maken wat vaak al lang gevoeld wordt.
Zodat jij niet alleen begrijpt wat er speelt, maar ook weer kunt voelen wat waar is voor jou.
